Extra beloning voor personeel op scholen met grootste risico op onderwijsachterstanden

Voor de schooljaren 2021-2022 en 2022-2023 krijgt ongeveer 15% van de vestigingen een extra geldbedrag. Dit geld is bedoeld voor een arbeidsmarkttoelage voor personeel dat werkt op vestigingen met het grootste risico op onderwijsachterstanden.

De arbeidsmarkttoelage is bedoeld om tijdens het NP Onderwijs het werk op scholen met het grootste risico op onderwijsachterstanden aantrekkelijker te maken, en zo het herstel van kansengelijkheid te bevorderen. Scholen met een groot risico op onderwijsachterstanden hebben vaker moeite om vacatures te vullen en een hoger verloop. Terwijl goed personeel juist nu hard nodig is om alle leerlingen een kans op een volwaardige toekomst te geven.

De officiële tekst van de regeling voor de arbeidsmarkttoelage is te lezen in de Staatscourant.

Welk personeel heeft recht op de toelage?

Schoolbesturen krijgen voor personeel op vestigingen met het grootste risico op onderwijsachterstanden extra bekostiging voor een arbeidsmarkttoelage. In het primair en voortgezet onderwijs in Europees Nederland wordt voor ongeveer 15% van de vestigingen bekostiging ontvangen voor een arbeidsmarkttoelage. Al deze vestigingen vindt u op BRIN-nummer in een informatietool met het totaalbedrag per vestiging.

Waar is de selectie van vestigingen op gebaseerd?

De selectie van vestigingen in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs is gebaseerd op de CBS-indicator voor achterstanden. 15% van de vestigingen met de relatief hoogste achterstandsscore komen in aanmerking. Voor 15% van de vestigingen met de relatief hoogste achterstandsscore wordt extra bekostiging ontvangen. De relatieve achterstandsscore is berekend door de achterstandsscore (met drempel) van de vestiging te delen door het aantal leerlingen op de vestiging, zodat er wordt gecorrigeerd voor de grootte van de vestiging.

De selectie van vestigingen van speciale scholen voor basisonderwijs en van scholen in het (voortgezet) speciaal onderwijs is gebaseerd op de cumi-regeling. Voor 15% van de vestigingen met het relatief hoogste aantal cumi-leerlingen per vestiging wordt extra bekostiging ontvangen. Ook hier is dus rekening gehouden met de grootte van de vestiging.

Ook wordt voor 53 vestigingen met een ISK (Internationale Schakelklas), EOZ (Eerste Opvang Anderstaligen) of AZC (asielzoekerscentrum) extra middelen ontvangen.

Hoe komt de arbeidsmarkttoelage bij de werknemers terecht?

Op vestigingsniveau moet het bestuur in het po met het personeelsdeel van de gemeenschappelijk medezeggenschapsraad (PGMR) en in het vo met het personeelsdeel van de medezeggenschapraad (PMR) afspreken wie de toelage krijgt en hoe hoog die is. De PGMR in het po en de PMR in het vo hebben instemmingsrecht op de vaststelling van de toelage. De hoogte van de toelage hangt uiteraard ook af van het budget dat voor de vestiging beschikbaar is.

Zodra de afspraken zijn gemaakt, kan de toelage worden verwerkt in de salarisadministratie.

Stappenplan arbeidsmarkttoelage NP Onderwijs

Q&A’s arbeidsmarktoelage

Er is een uitgebreide Q&A over de arbeidsmarkttoelage. Staat uw vraag er niet bij? Neem dan contact op met de helpdesk.