Leiden kleinere klassen echt tot betere leerresultaten? ROC van Twente zocht het uit. In de coronaperiode experimenteerden verschillende opleidingen van de mbo-school met behulp van het Nationaal Programma Onderwijs met kleinere klassen. Met positieve resultaten voor studenten en docenten als gevolg.
Meer persoonlijke aandacht
Met het project Kleine(re) klassen werden klassen van verschillende opleidingen flink verkleind (met 7 à 10 studenten minder dan in een gewone klas). ROC van Twente onderzocht zo het effect van meer persoonlijke aandacht op de studieresultaten van studenten. Ook wilden ze meten of een kleine(re) klas leidt tot meer tevredenheid bij zowel studenten als docenten.
De mbo-school verkleinde de klassen op verschillende manieren. Bijvoorbeeld door twee docenten tegelijk voor de klas te zetten (duo-docentschap) of één lesuur twee keer aan te bieden. Onder leiding van de dienst Onderwijs & kwaliteitszorg van ROC van Twente werd ook een leergroep opgezet. Hierin deelden opleidingen hun ervaringen en bespraken ze wat er goed ging en wat beter kon. Om het effect van het experiment te meten, keek de school naar toetsresultaten en hielden ze interviews met studenten en docenten.
En wat bleek?
De meeste ervaringen waren positief:
- Studenten kregen meer persoonlijke begeleiding en feedback.
- Er was minder tijd nodig voor orde houden, waardoor er meer ruimte was voor de lesstof.
- Studenten deden actiever mee en gaven aan zich meer gezien en gehoord te voelen.
- Docenten konden de voortgang van hun studenten beter volgen.

Logo Nationaal Programma Onderwijs verschijnt in beeld.
Juan van Gils – Student Sport en bewegen:
*Rustige beat speelt*
Logo Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap verschijnt in beeld.
Logo ROC van Twente verschijnt in beeld.
Logo Nationaal Programma Onderwijs verschijnt in beeld.
Juan van Gils – Student Sport en bewegen:
De impact van de kleinere klassen op mijn studietijd is wel echt dat ik merk dat ik van de docenten meer aandacht krijg, waardoor ik sneller door de opdrachten heen kan en in principe dan ook sneller dat schooljaar af zou kunnen ronden en eerder mijn diploma heb.
Beeldtekst: Met het Nationaal Programma Onderwijs investeren onderwijsinstellingen tijdens en na corona in hun studenten.
*Funky muziek begint*
Beeldtekst: ROC van Twente.
Saskia Leetink – Docent Sport en Bewegen:
Eén van de projecten die wij hebben opgezet met de NPO-gelden gaat over kleinere klassen.
Jeroen Kleinjan – Docent Sport en bewegen:
Als docent zijnde hadden we steeds wel het idee: het is wel heel prettig om les te geven aan kleinere klassen. Maar of dat ook daadwerkelijk leidde tot betere leerresultaten, dat is wel de vraag.
Saskia Leetink – Docent Sport en Bewegen:
Door het NPO geld was er ook mogelijkheid om onderzoek te doen.
Jeroen Kleinjan – Docent Sport en bewegen:
Om in kaart te brengen of die kleinere klassen ook daadwerkelijk effect hadden, hebben we de toetsresultaten meegenomen en daarin gekeken: hebben we bij een hele klas, als we daar les aan geven, andere resultaten dan wanneer we in een kleinere klas lesgeven. Of ze daadwerkelijk ook betere leerresultaten halen is niet in één keer te zeggen met het onderzoek dat wij gedaan hebben. Wat we wel kunnen concluderen is dat er overwegend, vanuit studenten, hele positieve ervaringen zijn. Dat ze meer gezien worden in de klas, dat ze meer aandacht krijgen. En van de docenten is het resultaat dat ook docenten het heel erg prettig vinden om in een kleinere klas les te geven. Dat ze aangeven minder tijd nodig te hebben om dezelfde stof te behandelen.
Saskia Leetink – Docent Sport en Bewegen:
Onze studenten zijn geïnterviewd. Niet alleen bij sport en bewegen, maar bij veel meer opleidingen. En daar kwamen dan ook wel vergelijkbare resultaten uit, maar ook wel verschillen. Bij ons is juist bij een praktijk vaak wel fijn dat je wat meer studenten hebt, want met een paar mensen voetballen of basketballen is lastig. Maar bijvoorbeeld bij de kappersopleiding was het juist bij praktijk wel weer zeer gewenst dat juist daar de klas wat kleiner was. Wij spreken van een kleinere klas als er 7 á 10 studenten minder in zitten dan in de gewone klas. In het begin zijn we heel praktisch begonnen. We delen een klas in tweeën. Jeroen geeft de ene helft les en ik de andere helft. En nu hebben we ook wel de manier dat wij met z'n tweeën op een klas staan. Dus dan hebben we het iets anders vormgegeven, maar nog wel steeds vanuit het idee van het werken met een kleinere klas.
Juan van Gils – Student Sport en bewegen:
Ja, je merkt wel dat binnen kleinere klassen de band tussen docenten en leerlingen wel beter is dan als je in een grotere klas zit. In kleinere klassen steek je je hand omhoog, de docent is bij je en je bespreekt je vraag en het antwoord heb je dan eigenlijk meteen al. Dus ik leer ook wel sneller in een kleinere klas dan in een grotere klas.
Jeroen Kleinjan – Docent Sport en bewegen:
Gaan we even zitten, Arne. Je hebt net lesgegeven aan een kleinere klas, hoe vond je dat het ging?
Anne – Docent Sport en bewegen:
Ja, je ziet wel echt nu het grote verschil, waarin dus de studenten toch eerder aan hun eindcriteria komen van de opdracht.
Jeroen Kleinjan – Docent Sport en bewegen:
Geluiden die we horen van andere docenten dat ze dezelfde lesstof in minder tijd kunnen behandelen.
Saskia Leetink – Docent Sport en Bewegen:
Het vraagt wel andere didactische vaardigheden van de docent.
Jeroen Kleinjan – Docent Sport en bewegen:
Dat ze veel beter inzichtelijk horen te krijgen waar de student staat en daarop een vervolgactie weten in te richten.
*Up-tempo muziek*
Jeroen Kleinjan – Docent Sport en bewegen:
De NPO-gelden houden inderdaad op en we willen daar wel graag een vervolg aan geven. De belangrijkste manier hoe wij dat in ieder geval binnen ons team doen, is dat we de studenten meer stage laten lopen en iets minder begeleide onderwijstijd. En daardoor weten we wat meer ruimte te creëren bij de docenten.
Saskia Leetink – Docent Sport en Bewegen:
Dat is wel wat corona en het NPO geld heeft opgeleverd.
*Up-tempo muziek*
Beeldtekst: Geleerde lessen.
Bepaal eerst waarom je met kleine(re) klassen wilt werken.
Zorg voor beduidend minder studenten in de klas. (7 tot 10 minder studenten per klas.)
In een kleine(re) klas heeft de docent meer persoonlijke aandacht voor de student.
*Rustige beat speelt kort en fadet uit*
Logo Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap verschijnt in beeld.
Logo ROC van Twente verschijnt in beeld.
Logo Nationaal Programma Onderwijs verschijnt in beeld.
Beeldtekst: Bekijk meer voorbeelden op www.nponderwijs.nl.
Al zitten er ook enkele nadelen aan een kleinere klas. Zo kan de motivatie van aanwezige studenten afnemen als er in een kleinere klas studenten afwezig zijn en de groep te klein wordt. Ook is er minder keuze in potentiële vrienden voor studenten. Wel zorgde een kleine klas voor meer saamhorigheid en een veiliger gevoel in de groep.
Daarnaast is een kleine klas niet voor elke opleiding nodig. Bij de praktijklessen van de kappersopleiding zijn de kleine klassen heel gewenst, maar bij een sportles van Sport en Beweging zijn juist grotere studententeams nodig. Het is daarom belangrijk om per opleiding te bekijken of een kleine(re) klas tot beter onderwijs leidt.
Een blijvend succes
Vanwege de goede resultaten wil ROC van Twente de kleinere klassen mogelijk blijven maken. Vaak kan dit zonder extra kosten, bijvoorbeeld door het rooster slim aan te passen of door meer stage- of praktijkuren in te plannen. Ook ontwikkelde ROC Twente een interne checklist, waarmee opleidingen die ook willen starten met kleine(re) klassen een effectieve start kunnen maken.