Hoe verhoudt het NP Onderwijs zich tot herstelprogramma’s in andere landen? Maxime François en Kristof De Witte, werkzaam bij de Katholieke Universiteit Leuven, zochten dit uit
Studie door Katholieke Universiteit Leuven – represented by Leuven Economics of Education Research (LEER)
Maxime François & Kristof De Witte
De COVID-19-pandemie heeft het onderwijs wereldwijd zwaar ontwricht. Om de verspreiding van het virus tegen te gaan, besloten overheden in veel landen hun scholen te sluiten. Daardoor moesten scholen in korte tijd en vaak zonder voldoende voorbereiding overschakelen naar afstandsonderwijs. Deze plotselinge omslag had verstrekkende gevolgen: in veel landen ontstonden leervertragingen en stond het welbevinden van leerlingen onder druk. Vooral leerlingen uit sociaal-economisch kwetsbare gezinnen werden hard getroffen, zowel in hun leerprestaties als in hun welzijn. Overheden reageerden met uiteenlopende herstelprogramma’s.
NP Onderwijs vs. herstelprogramma's in andere landen
In Nederland werd in 2021 het Nationaal Programma Onderwijs (NP Onderwijs) gelanceerd. Hoe verhoudt het NP Onderwijs zich tot herstelprogramma’s in andere landen? Maxime François en Kristof De Witte, werkzaam bij de Katholieke Universiteit Leuven, zochten dit uit. Ze analyseerden hiervoor de situatie in België, Frankrijk, Duitsland, Italië, Zweden, Engeland, Canada, Japan, de Verenigde Staten en vergeleken deze met Nederland.
François en De Witte laten zien dat de lengte van de schoolsluitingen per land varieert. Zo bleven Zweedse scholen over het algemeen open en duurden de sluitingen in Japan tussen 2020 en 2021 maximaal 6 weken. In Italië (14 tot 28 weken, afhankelijk van het leerjaar) en Engeland (16 weken) zagen we juist relatief lange schoolsluitingen. De lengte van de schoolsluitingen hangt samen met drie factoren: de autonomie van scholen en lokale autoriteiten, de politieke prioriteiten tijdens de pandemie en de intensiteit van de COVID-19-pandemie.
Focus op drie thema's
Landen die herstelprogramma’s aankondigden, focusten op vaak op drie thema’s: het herstel van leervertragingen, digitalisering en de mentale gezondheid van leerlingen. De scope, aard en omvang van deze maatregelen liep sterk uiteen. Het succes van een herstelprogramma hangt niet alleen af van de investeringen, maar vooral van hoe het programma is ontworpen, uitgevoerd en geëvalueerd.
Het Nederlandse NP Onderwijs is op dit vlak een voorbeeld voor veel andere landen. Het programma combineerde een snelle start met concrete maatregelen, gerichte steun voor de meest kwetsbare leerlingen, nationale coördinatie en monitoring, ruimte voor scholen om binnen duidelijke kaders evidence-informed interventies te kiezen met expliciete aandacht voor mentale gezondheid en welzijn.
Toch blijven kansenongelijkheid en mentale gezondheidsproblemen hardnekkig. Dit zien we niet alleen in Nederland, maar ook in veel andere landen. Ook na schooljaar 2024-2025 vragen zij dan ook om blijvende aandacht. Ervaringen uit andere landen benadrukken daarbij het belang van doelgerichte steun, bijvoorbeeld voor leerlingen in de voorschoolse leeftijd.