“Iets bedenken is één ding, de praktijk is wat anders”

Het Nationaal Programma Onderwijs kan niet zonder afstemming met mensen uit het werkveld. Daarom hield OCW in mei en juni onder meer zeven speciale gesprekstafels. Na afloop van de cyclus delen acht deelnemers hun indrukken en gedachten.

Voor de gesprekstafels kwamen uit het hele land tussen de 10 en de 30 leraren, schoolleiders en beleidsmedewerkers in het primair en voortgezet onderwijs online bij elkaar. In wisselende samenstellingen bespraken zij diverse aspecten van het NP Onderwijs. Bijvoorbeeld de schoolscan en het stappenplan, de menukaart, kennis vanuit onderzoeken en het schoolprogramma.

Bolognazaal in de Hoftoren
Niet gebruikt voor de gesprekstafels wegens corona: de Bolognazaal in de Hoftoren, het ministerie van OCW.

Vertaalslag

Voor OCW was dit een manier om te weten te komen hoe het werkveld de informatiestroom vanuit het ministerie ervaart. Wat is de meerwaarde van de aangeboden hulpmiddelen? Hoe zijn het programma en de communicatie te verbeteren?

De meeste deelnemers waarderen het dat ze hun stem konden laten horen, dat er naar hun expertise werd gevraagd en dat ze meekregen hoe anderen dachten. Een po-schoolleider: “Dat maakt ook sneller anticiperen mogelijk.” Een andere po-schoolleider: “We konden bijdragen aan de vertaalslag naar de werkvloer. Iets bedenken is één ding, de praktijk is wat anders.” Een po-beleidsmedewerker speekt van een “zichtbaar appel op onderwijskundig leiderschap.”

Representatief

Een belangrijke vraag is hoe representatief zulke tafels kunnen zijn, wanneer onderwijsmensen kampen met overvolle agenda’s en een nog hogere werkdruk dan anders. Het enthousiasme voor deelname was aanvankelijk groot. Ruim 100 schoolleiders en leraren po en vo waren uitgenodigd, maar de uiteindelijke deelname viel wat tegen doordat veel mannen en vrouwen die voor de klas staan, alsnog verstek moesten laten gaan. Meerdere deelnemers noemen dat begrijpelijk, maar ook een gemiste kans.

Dat de tafels online waren – een positief effect van de coronatijd – maakte het makkelijker om mee te doen. Diverse deelnemers hebben bovendien gericht inbreng van anderen verzameld en meegenomen, bijvoorbeeld via appgroepen. Toch noemt een wél deelnemende po-leerkracht het “verdrietig” dat ze mensen met de “poten in de klei” amper vertegenwoordigd heeft gezien. Zij waarschuwt voor een “verkeerd beeld”.

Menukaart

Op deze ene uitzondering na, is per saldo de indruk dat OCW echt heeft willen luisteren en geuite kritiek serieus heeft genomen. Als concreet voorbeeld noemen verschillende deelnemers de aanpassingen die de menukaart met interventies sinds de eerste opzet heeft ondergaan. De lijst was eerst onoverzichtelijk en vooral op het Verenigd Koninkrijk geënt. Gaandeweg is een beter hanteerbare, meer op de Nederlandse situatie toegesneden selectie ontstaan, die ook meer recht doet aan de verschillen tussen po en vo. Bepaalde omstreden interventies zijn gesneuveld.

Kaleidoscoop in de Hoftoren
Binnenkant van de kaleidoscoop op de 15e verdieping van de Hoftoren.

Spanningsveld

Daarbij is er begrip voor het politieke spanningsveld en de tijdsdruk waarmee het ministerie te maken heeft. Dit geldt deels ook voor de duur van het programma. De wenselijkheid van een eventuele verlenging tot en met schooljaar 2024-2025 is ter tafel geweest, maar dat heeft niet geleid tot aanpassing van de looptijd.

Minder geduld is er met onduidelijkheden rond de middelen en de verantwoording. “De beschikkingsbrief over het geld heeft lang op zich laten wachten, terwijl je wilt weten waar je aan toe bent.”

Behoefte

De meningen verschillen over de vraag of OCW niet beter vóór de lancering van het NP Onderwijs had kunnen peilen waaraan het veld eigenlijk behoefte heeft. Volgens de een had dit een positief verschil kunnen maken, of zelfs gemoeten: “Het plan was onaf toen het al werd uitgestort over het veld, terwijl iedereen op z’n tandvlees liep.” De ander noemt zoiets onhaalbaar, inefficiënt binnen de omstandigheden, of contraproductief: “Het gaat pas leven op de werkvloer als het echt speelt.”

Een zorgcoördinator merkt op dat je van “leraren in overleefstand” niet mag vragen om uit te zoomen. Ook meerdere schoolleiders vinden dat zij hierin hun rol moeten pakken. “Leerkrachten moeten het plan niet hoeven schrijven, maar het is wel van ons allemaal.”

Geluid

Niet alleen inhoudelijk, ook qua presentatie kon het NP Onderwijs vanaf de lancering rekenen op kritiek uit het veld. Deelnemers typeren het “geluid vanuit OCW” in het begin als “erg top-down”, “directief”, “beleidsgericht” en “voorschrijvend”. Nu is de toon veel “meer informerend en adviserend” geworden. Tegelijkertijd had OCW aanvankelijk onvoldoende zicht en greep op de communicatie en de afstemming: “Van allerlei kanten en partijen kwam er een lawine van informatie los, maar mensen verbonden zich er niet aan.” Inmiddels is dat gelukkig anders, maar er blijft ruimte voor verbetering.

Hoftoren en omgeving in Den Haag
Hoftoren – links van het midden met wit schuin dak – en (iets) wijdere omgeving vanuit de lucht gezien.

Proces

Meerdere deelnemers merken op dat het in Nederland altijd meer gaat om het proces dan om het precieze product. Het NP Onderwijs is geen uitzondering.

Het is zaak dat “ambtenaren achter hun bureau snappen hoe het in de scholen werkt: in mei-juni moeten we bijvoorbeeld onze formatie voor het volgend voorjaar al rond hebben,” zegt een vo-bestuurder; onduidelijkheid over de beschikbare middelen is dan problematisch. En de schoolleiders zien voor zichzelf een rol “om het proces voor hun mensen te faciliteren. Het is juist niet de bedoeling alles zelf te bedenken, daarom is de inhoudelijke input van de menukaart zo fijn.”

Niet dichttimmeren

Hoe krijgen en houden we in de toekomst het veld en het programma zo dicht mogelijk bij elkaar? De suggesties hiervoor lopen uiteen, maar de grootste gemene deler is dat OCW de uitwisseling het beste laagdrempelig kan houden en vooral niet moet dichttimmeren. Het is belangrijk goede praktijkvoorbeelden te delen om van te leren, voldoende tussenmomenten in te bouwen met echte interactie – “geen enquêtes” – en ook besturen en gemeenten erbij te halen.

De gedeelde hoop is dat een “wij-zijgevoel” uiteindelijk plaatsmaakt voor “het gevoel dat je het samen doet”.

Met dank aan Elzeline Bergisch, Janneke Grijpma, Dik van Kleef, Maryse Knook, Madeleine Lodeweges, Frans Meindertsma, Huub van der Wal en Suzanne Wesselman. Dit stuk is een collage van afzonderlijk gehouden interviews.