Ongeveer € 5,8 miljard uit het Nationaal Programma Onderwijs gaat naar voorschoolse educatie, basisscholen en middelbare scholen. Zij kunnen hiermee leerlingen en leerkrachten helpen om leervertragingen en andere problemen door corona aan te pakken.

Voorschoolse educatie, primair en voortgezet onderwijs

Voorschoolse educatie, primair en voortgezet onderwijs

Vanaf schooljaar 2021-2022 krijgt elke school per leerling ongeveer € 700 voor een eigen schoolprogramma. Er is extra geld voor scholen waar de problemen groter zijn dan gemiddeld.

Hoe wordt het geld besteed?

  • Het ministerie heeft in maart een brief aan alle scholen gestuurd met een eerste uitleg.
  • Als school brengt u eerst met een schoolscan in kaart welke coronaproblemen er zijn.
  • Uit een menukaart met kansrijke interventies kiest u als school zelf de aanpakken die het beste bij uw situatie passen.
  • U kunt deels open blijven in de zomervakantie voor leerlingen die dat nodig hebben. Leraren die dan willen werken, krijgen extra betaald.
  • U kunt lesgeven in kleine groepjes om leerlingen bij te spijkeren op bepaalde vakken, zoals rekenen of Engels. Dat kan ook buiten de normale schooltijden, bijvoorbeeld in het weekend.
  • U kunt extra personeel inzetten: vakleerkrachten, studenten, onderwijsassistenten en ander ondersteunend personeel.
  • Middelbare scholen kunnen vanaf het schooljaar 2021-2022 subsidie aanvragen als ze brede brugklassen vormen, zoals vmbo-t/havo. Zo hebben leerlingen meer tijd om te kijken waar ze het beste tot hun recht komen.
  • Verschillende subsidieregelingen worden verlengd, zoals die voor inhaal- en ondersteuningsprogramma’s voor peuters.