“Geld uit NP Onderwijs is smeerolie voor betere samenwerking”

Junis Kinderopvang en De Drie Ballonnen grijpen het Nationaal Programma Onderwijs aan om de samenwerking met basisscholen verder te verdiepen, vooral in de vorm van combifuncties.

Natascha van der Bol en Marie-Louise van Mourik

Natascha van der Bol, clustermanager van De Drie Ballonnen (links), en Marie-Louise van Mourik, directeur-bestuurder van Junis Kinderopvang. Hun organisaties hebben bij elkaar meer dan 1000 medewerkers en ruim 8.500 kinderen op 96 locaties in Alphen aan den Rijn, Bodegraven en Zoetermeer. Ze werken nauw samen met twaalf besturen van basisscholen.

Volgens directeur-bestuurder Marie-Louise van Mourik hebben Junis en De Drie Ballonnen er altijd naar gestreefd dat onderwijs en kinderopvang elkaar optimaal versterken en ondersteunen. De werkrelatie met het onderwijs is in de basis goed. De opvang zit vaak in de scholen zelf en de gezamenlijke opzet van integrale kindcentra (IKC’s) op diverse locaties komt goed op gang, ook al vraagt de praktische omgang met de verschillende wet- en regelgeving de nodige aandacht en creativiteit.

Combifuncties

Kinderopvang

Een belangrijke vorm van samenwerking is de vervulling van ‘combifuncties’. Specialisten van de buitenschoolse opvang (bso) zijn op diverse locaties aan de slag als bijvoorbeeld leerkrachtondersteuners.

Natascha van der Bol, clustermanager van De Drie Ballonnen en enkele IKC’s: “Dat gebeurde vóór corona al op twee locaties. Tijdens corona hebben we veel scholen ondersteund bij de lessen en waar nodig noodopvang verzorgd. Ook boden we een breder pakket bso aan met diverse activiteiten. Bij de IKC’s werkte dat al snel heel goed, onder de verantwoordelijkheid van een leraar kon een pedagogisch medewerker veel betekenen in een groep. Vanuit die situatie zijn we gaan nadenken: hoe kunnen we elkaar beter ondersteunen en hoe kunnen we blijven aansluiten op de doorlopende ontwikkelingslijn die we zo belangrijk vinden?

Structureel

“Vóór de zomervakantie hebben we onze samenwerking structureel geborgd. Inmiddels werken de bso-medewerkers volgens een vast rooster, met een duidelijk takenpakket dat de schooldirecteur naar behoefte verder invult. Pedagogisch medewerkers werken ’s ochtends eerst in de voorschoolse opvang en gaan dan het eerste uur mee de klas in. Daar verzorgen ze hand- en spandiensten en bijvoorbeeld individuele begeleiding van leerlingen, terwijl de leraar centraal de dag begint. Na schooltijd komen ze weer terug voor de bso, en is er ook tijd voor afstemming met de leraar.”

Kinderopvang

Win-win

Hoe kreeg deze andere, intensievere samenwerking vorm? Van Mourik: “Toen dit voorjaar duidelijk werd dat er extra geld van het NP Onderwijs kwam, zijn wij onze eigen expertise grondiger in kaart gaan brengen. Ons aanbod hebben we aan de hand van de menukaart in een overzichtelijke brochure gezet, en daarover gingen we in gesprek met schoolbestuurders en directeuren. De reacties waren wisselend, maar overwegend positief. Scholen hebben voor het NP Onderwijs hun eigen behoeften moeten inventariseren. Een aantal van hen zijn vervolgens met ons plannen gaan maken voor ondersteuning vanuit de kinderopvang en hebben een keuze gemaakt uit de brochure, met name voor combinatiefuncties.”

Van der Bol noemt het een ‘win-winsituatie’. “BSO-banen hebben meestal weinig uren; met onderwijsondersteuning zijn dat er flink meer, wat aantrekkelijk is voor medewerkers. Scholen weten dat onze pedagogisch medewerkers de kinderen kennen, het zijn vertrouwde gezichten. En we werken vanuit een gezamenlijke pedagogische visie. Vooral in de doorgaande lijn is dat heel waardevol.”

Blikverruimend

Kinderopvang

Van Mourik: “De context was goed, de basis lag er. We hadden al veel geïnvesteerd, we kenden elkaar als partners. Met het geld uit het NP Onderwijs kunnen we hierop voortbouwen; dat is echt wel de smeerolie voor intensivering en verbetering van de samenwerking. Nu hopen dat dit behouden blijft als na afloop van het programma het extra geld weer minder wordt.

“Het NP Onderwijs stimuleert scholen en de kinderopvang om samenwerking te zoeken en werkt blikverruimend. Het is aan ons als bso om te zorgen dat scholen weten wat ze aan ons kunnen vragen, en vertrouwen hebben in de meerwaarde. Dus hier ligt een enorme kans voor allebei: innoveren en ontwikkelen doe je beste samen.”

Er zit zeker perspectief in de combifuncties, merkt Van der Bol. “Directeuren zijn blij met de constructie. Aan het eind van het schooljaar gaan we uiteraard goed evalueren, maar we zijn al aan het praten over invulling van de middagen.”

Van Mourik: “Samen met de scholen kunnen we dit verder brengen. Het lerarentekort blijft nog wel even, en ook wij hebben te weinig mensen. Als we elkaar blijven inspireren en ondersteunen, biedt dat hele nieuwe kansen.”

Dit is het derde stuk uit een serie praktijkverhalen over het Nationaal Programma Onderwijs. Lees ook het eerste, tweede en vierde stuk.