ROC van Twente en NP Onderwijs: “Wij werken hier bottom-up”

Bij ROC van Twente coördineren twee specialisten de besteding van de middelen uit het Nationaal Programma Onderwijs. Sleutel is een duidelijke scheiding van administratieve lasten en onderwijskundige inhoud.

Harrie Gerrits en Ingrid van den Broek
©Anja Brokers, ROC van Twente

Financieel specialist Harrie Gerrits en beleidsadviseur Ingrid van den Broek van ROC van Twente. ROC van Twente verzorgt, in 9 MBO Colleges met ongeveer 2.000 medewerkers, onderwijs langs de Beroeps Begeleidende Leerweg (BBL) en de Beroeps Opleidende Leerweg (BOL) voor in totaal zo’n 19.000 studenten.

Het College van Bestuur van ROC van Twente heeft vrij snel na de lancering van het NP Onderwijs een speciaal programmabureau in het leven geroepen. Dit bureau moet de centrale regie op het bestedingsplan houden en tegelijkertijd het onderwijs ontlasten.

Drijvende krachten

Drijvende krachten zijn financieel specialist Harrie Gerrits en beleidsadviseur Ingrid van den Broek. Samen werken zij al sinds het voorjaar aan het bestedingsplan voor de middelen uit het NP Onderwijs. Ze zijn hier het merendeel van hun tijd mee bezig.

Het programmabureau bouwt op een fundament dat is gelegd voordat er überhaupt van een NP Onderwijs sprake was. Gerrits draait al 35 jaar mee in het onderwijs. Toen OCW in de zomer van 2020 kwam met een eerste Inhaal- en ondersteuningsprogramma (IOP), werkte hij bij het Servicepunt Subsidie van ROC van Twente: “Nog altijd vrij uniek in de wereld van de ROC’s.” Begin 2021 kwam daar de subsidie voor Extra hulp in de klas bij. “Vanaf het begin wilden we ook professioneel omgaan met het NP Onderwijs, waarvan beide subsidies nu deel uitmaken.”

Bottom-up

Van den Broek vertelt hoe ze plannen zijn gaan ophalen in de organisatie. “We hebben eerst de stukken van het NP Onderwijs tot ons genomen. Daar hebben we uitlegdocumenten en presentaties van gemaakt. In individuele gesprekken met alle directeuren hebben we toen gevraagd: waar heb je behoefte aan, hoe kunnen we je helpen?”

Volgens Gerrits bleek de behoefte aan hulp groot. Vooral de inzet van extra personeel leverde vragen op. “We konden voortborduren op het IOP en Extra hulp in de klas. Alleen was destijds bij het IOP de verantwoording lastig, de berichtgeving vanuit OCW was onduidelijk en er kwamen voortdurend nieuwe spelregels. Daardoor wisten mensen ook nu niet meteen goed waarvoor ze een beroep kunnen doen op het NP Onderwijs.”

Van den Broek: “De teammanagers zijn via hun directeuren betrokken. Hun teams zijn echt aan zet, ze mogen vrij kiezen uit de keuzelijst voor het mbo. We werken hier bottom-up, vanuit de leiding is niets opgelegd. De docenten hebben we niet rechtstreeks benaderd. Wel zijn we in gesprek gaan met de ondernemingsraad en de studentenraad.”

Gebouw van ROC van Twente
©ROC van Twente

Doeners

Dat heeft trouwens niet geleid tot grote verschillen van inzicht over de beste besteding. Het overheersende beeld is dat men vooral meer mensen wil inzetten. Dat moet ten goede komen aan studenten op alle niveaus binnen BBL, BOL en de combinatie daarvan. “We zoomen wel iets meer in op niveau 2,” zegt Gerrits. “Dat zijn vooral doeners, die tijdens de online-periode toch meer achterstand hebben opgelopen.”

Focussen

De administratieve ondersteuning van de onderwijsteams vormt een belangrijke speerpunt van het programmabureau. “Zij vragen via ons aan wat ze nodig hebben. Wij zorgen dan voor de rest, zodat zij zich kunnen blijven focussen op het onderwijs en de inhoud.”

Inmiddels hebben de teams hun plannen ingediend. Gerrits: “We hebben nu ook voor 2022 alles klaarstaan.” In het najaar van 2021 zijn Gerrits en Van den Broek opnieuw bezig met een rondje langs de teammanagers, nu om te polsen hoe het gaat en of het allemaal uitpakt zoals bedoeld.

Naast het bureau zijn twee projectgroepen aan het werk. Eén voor financiering en monitoring, waarbij de business controllers van ROC van Twente betrokken zijn. En één voor onderwijs, die zich buigt over de vraag “hoe we lessons learned kunnen verspreiden en de opgebouwde kennis en voortgang behouden voor de toekomst, zodat onze studenten zo lang en zo veel mogelijk plezier hebben van onze bestedingen. Hoe dat zijn beslag moet krijgen en hoe de monitoring precies gaat verlopen, weten we nog niet precies. We gaan er al doende mee aan de slag,” zegt Van den Broek.

Collega-ROC’s

Het programmabureau blijft in elk geval actief zolang het NP Onderwijs loopt. Gerrits: “De ROC’s zijn nu overladen met werk en informatie. Hier bij ROC van Twente hebben we kennis en formats waar we ook collega-ROC’s mee kunnen helpen. Via de MBO Raad zijn er voldoende mogelijkheden tot contact.”

De toekomst moet uitwijzen wat corona echt heeft aangericht en hoe het onderwijs daarmee moet omgaan, benadrukt Gerrits. “We merken bijvoorbeeld al dat achterstanden in taal en rekenen bij instromende studenten nu nog groter zijn dan anders. En we zetten in op studiecoaches voor het welzijn en extra begeleiding van studenten.”

Gebouw van ROC van Twente
©ROC van Twente

Stagemogelijkheden

Van den Broek merkt op dat tijdens corona nog sterker is gebleken “hoe groot het personeelstekort is in de beroepen waarvoor wij opleiden. De stagemogelijkheden waren beperkt. Maar met een initiatief als Twentestage, waarin bedrijven, 14 gemeenten en een fonds samenwerken, hebben we hier de schouders onder gezet. Inmiddels zijn de tekorten aan stageplekken flink teruggelopen. Gelukkig hebben we een goed netwerk voor aansluiting op de Twentse arbeidsmarkt.”

Dit is het vierde stuk uit een serie praktijkverhalen over het Nationaal Programma Onderwijs. Lees ook het eerste, tweede en derde stuk.