Circa € 2,7 miljard uit het NP Onderwijs gaat naar nieuwe en verlengde maatregelen voor middelbaar beroepsonderwijs, hoger beroepsonderwijs en wetenschappelijk onderwijs.

Middelbaar beroepsonderwijs en Hoger (beroeps)onderwijs

Middelbaar beroepsonderwijs en hoger (beroeps)onderwijs

Het herstelprogramma voor mbo en ho is gericht op aanpak van coronavertragingen op korte termijn en verbetering van studentenwelzijn. Doel is ook om lessen uit de coronatijd te benutten voor structurele onderwijsverbeteringen.

Maatregelen per onderwijssector

Steun op vier onderdelen

Voor mbo en ho is in totaal € 2,7 miljard beschikbaar. De steun uit het Nationaal Programma Onderwijs bestaat uit vier onderdelen:

  • Een tegemoetkoming aan studenten, als mentale en financiële steun voor studievoortgang.
  • Verhoging van de lumpsum met een opslag (corona-enveloppe) voor extra begeleiding van studenten, stagetekorten en ondersteuning van docenten in 2021-2022, inclusief verlenging van enkele al lopende maatregelen.
  • Bijstelling van ramingen zodat er ook financiering is voor de extra studenten in studiejaar 2021-2022.
  • Extra onderzoeksbudget voor instellingen in het hoger onderwijs om onderzoekers in staat te stellen hun onderzoek af te ronden ten behoeve van hun wetenschappelijke carrière, de continuïteit van het onderzoek en de kwaliteit van het hoger onderwijs in Nederland.

Keuzelijst van thema’s

Voor het mbo en ho zijn zes thema’s benoemd waarop het beschikbare geld kan worden ingezet. Dat zijn:

  • soepele in- en doorstroom;
  • welzijn van studenten en sociale binding met de opleiding;
  • ondersteuning en begeleiding bij stages;
  • ondersteuning en begeleiding bij coschappen in medische opleidingen;
  • beperking van studievertraging en uitval in lerarenopleidingen;
  • aanpak van jeugdwerkloosheid.

Deze thema’s zijn nader uitgewerkt in het Bestuursakkoord voor mbo en ho. Ook is er een Bestuursakkoord onderzoek gesloten waarin staat hoe extra geld voor onderzoekers kan worden besteed.

Monitoren, verantwoorden en kennis delen

Via een implementatiemonitor en een macromonitor laat het ministerie in kaart brengen hoe instellingen het geld uit het NP Onderwijs besteden en welke effecten de acties hebben die zij nemen. Deze resultaten komen ook op OCW in cijfers. In oktober 2021 heeft onderzoeksbureau Berenschot een startmeting van de implementatiemonitor opgeleverd op basis van de bestedingsplannen die alle instellingen hebben aangeleverd. In deze plannen laten ze weten hoe ze het NP Onderwijs-geld gaan inzetten.

Het ministerie stuurt twee keer per jaar een voortgangsrapportage naar de Tweede Kamer. Onderwijsinstellingen verantwoorden zich op hun beurt met een aparte ‘coronaparagraaf’ in hun bestuursverslag.

Het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) analyseert samen met onderwijsinstellingen welke maatregelen in de praktijk het meest effectief zijn. Deze kennis wordt breed gedeeld om van elkaar te leren en lessen voor de toekomst te trekken. Instellingen kunnen hiertoe ook zelf (bij voorkeur gezamenlijk) verzoeken indienen bij het NRO. Ook sluit het NP Onderwijs aan bij de operatie ‘Inzicht in kwaliteit’, waarbij wordt gekeken of beleid het juiste effect heeft.

Inspirerende praktijkverhalen

Hoe gaan instellingen in de praktijk om met het NP Onderwijs?