“Ga nu eens dromen, wat zouden jullie hiermee doen?”

OBS De Sterappel in het Betuwse Lienden kan de middelen uit het Nationaal Programma Onderwijs goed gebruiken om al lopende verbeteringen door te zetten.

Openbare basisschool De Sterappel

De Sterappel is een openbare basisschool met ongeveer 180 leerlingen, behorend tot stichting BasisBuren. De school combineert een individuele benadering met inzet van digitale middelen, en besteedt veel aandacht aan creativiteit, expressie en sociaal-emotionele ontwikkeling.

Linda Beaupain
Locatieleider Linda Beaupain

Bij De Sterappel heeft locatieleider Linda Beaupain de tijdlijn van het Nationaal Programma Onderwijs uitgeprint op het prikbord hangen. Niet vanwege de planningsdruk, maar vooral als geheugensteuntje. Want toen de contouren van het programma duidelijk werden, bleek dat aardig te passen bij allerlei dingen waar de school al langer mee bezig was.

Systematischer

Dat begon volgens intern begeleider Brenda van Beest met de gevraagde schoolscan. “Iets vergelijkbaars deden we altijd al, net als veel scholen waarschijnlijk. Alleen gebeurt het nu systematischer op de niveaus van leerling, groep en school, en specifiek voor corona.”

De afgelopen tijd bleken vooral technisch en begrijpend lezen achteruit te zijn gegaan, met name in de lagere groepen. “Spelling en rekenen hebben minder geleden, die vakken kan je over het algemeen ook online best goed geven,” zegt docent groep 8 Annie van den Brink. “Maar samen een tekst uitpluizen is lastiger met iedereen thuis.”

Langere termijn

Sommige kinderen zijn onrustiger geworden, of hebben meer moeite met motivatie en plannings- en sturingsvaardigheden. Vaak gaat het daarbij juist om de cognitief wat sterkere kinderen. “Op die groep willen we de komende tijd dan ook extra inzetten,” vertelt Beaupain. “En dankzij het programma kunnen we nu intensiever bezig zijn met zaken als metacognitie en samenwerkend leren.”

Brenda van Beest
Intern begeleider Brenda van Beest

Van Beest: “Maar ook professionalisering op de langere termijn is een van onze doelen. We waren al een traject gestart dat naast het eigenaarschap van de leerling ook het didactisch handelen van de leerkracht moest bevorderen. Een deel van het extra geld kunnen we nu gebruiken voor de begeleiding van docenten. Een externe expert gaat hands-on in de klas meekijken.”

Plusklas en klusklas

Daarmee komt meteen in beeld hoe de school ouders en anderen bij het schoolprogramma betrekt. “Bij een oudertevredenheidspeiling in december was een belangrijke uitkomst dat we weinig individueel aanbod hadden. We herkennen dit en zijn dit jaar al voorzichtig begonnen met doelengesprekken in de bovenbouw,” zegt Beaupain. Van den Brink vult aan: “En door personeelswisselingen lieten ook vóór corona de leerresultaten weleens te wensen over. Dus starten we nu een plusklas voor kinderen die wat méér aankunnen, en een klusklas voor kinderen met een ander profiel.”

Een minpuntje van het NP Onderwijs is volgens Van Beest dat OCW niet altijd even duidelijk is over gewenste aanpakken en rapportagemethodes. “En het duurt wel lang voordat je weet hoeveel geld je krijgt en wanneer, en of er nog slagen om de arm blijven.” De menukaart had ook wat overzichtelijker gemogen, vindt Beaupain.

Annie van den Brink
Docent groep 8 Annie van den Brink

Dromen

Toch noemt de locatieleider die kaart “een hele fijne leidraad”. “We zien de menukaart zeker niet als een dictaat. Toen duidelijk werd dat wij veel geld zouden krijgen – want dat is het best wel – heb ik eerst het team een middagje bij elkaar geroepen en gevraagd: Ga nou eens dromen, wat zouden jullie hiermee doen? Eigenlijk was iedereen het er vrij snel over eens dat we iets wilden dat blijvend moest zijn. Toen zijn we gaan kijken hoe we dat konden wegzetten in de menukaart. Die biedt daar genoeg mogelijkheden voor.”

“Dat dromen geeft veel energie en ruimte,” zegt Van den Brink. “Een van de mooiste dingen is dat we nu echt starten met acht groepen. Dit schooljaar waren we begonnen met zeven. De volgende jaren gaan we hopelijk structureel naar 20 leerlingen per klas.”

Wat vinden scholen van het Nationaal Programma Onderwijs en hoe gaan ze er in de praktijk mee om? Dit stuk is het tweede in een serie. Lees ook het eerste stuk.