Financiële vragen en antwoorden over het Nationaal Programma Onderwijs

Hoeveel van de €8,5 miljard gaat waarnaartoe?

Per maatregel is bekeken hoeveel er nodig is om te zorgen dat deze generatie leerlingen en studenten dezelfde kansen krijgen als andere generaties. Bij elkaar komt dat neer op € 8,5 miljard.

  • Voor speciaal onderwijs, basisonderwijs en middelbare scholen is in totaal € 5,8 miljard beschikbaar. Tot de zomer gaat het om circa € 500 miljoen voor bestaande regelingen, zoals herhaling van de subsidieregeling Inhaal- en ondersteuningsprogramma’s en van de subsidieregeling Extra hulp voor de klas. In de schooljaren 2021/2022 en 2022/2023 is er € 5,3 miljard beschikbaar. Het overgrote deel hiervan (€ 3,8 miljard) wordt als bekostiging aan scholen verstrekt.
  • Voor het mbo en hoger onderwijs is € 2,7 miljard uitgetrokken. Dat geld gaat onder andere naar een brede compensatieregeling voor studenten en instellingen.

Wanneer krijgen de scholen geld uit het NP Onderwijs en hoeveel is dat per school?

Zo vroeg mogelijk aan het begin van het nieuwe schooljaar 2021/2022 komt er voor scholen geld beschikbaar. De hoogte van het bedrag hangt af van het aantal leerlingen op de school. Het gaat om minimaal € 700 per leerling voor het schooljaar 2021/2022. Hierbij is nog geen rekening gehouden met de hogere bijdrage voor scholen met een hoger risico op achterstanden. Scholen en instellingen krijgen uiterlijk in juni duidelijkheid over de definitieve hoogte van het bedrag dat zij per leerling ontvangen. Voor het schooljaar 2022-2023 is minimaal € 500 per leerling beschikbaar.

Is er ook geld voor extra salaris voor docenten?

Het NP Onderwijs bevat meerdere maatregelen om leraren extra te ondersteunen. De minimaal € 700 per leerling voor schooljaar 2021/2022 (en minimaal € 500 per leerling voor schooljaar 2022/2023) voorziet scholen in financiële ruimte voor scholen met leraren die hun uren uitbreiden, bijvoorbeeld tijdens de vakanties voor extra onderwijstijd of voor het werken aan een schoolprogramma. Daar bovenop wordt in overleg met sociale partners extra geld beschikbaar gesteld voor een tijdelijke arbeidsmarkttoelage op scholen met veel leerlingen met risico op een onderwijsachterstand. Deze scholen hebben vaker moeite om vacatures gevuld te krijgen en het verloop is hoger. Daarom willen we het vak van leraar op deze scholen beter belonen. Daarnaast worden de werkdrukmiddelen in het primair onderwijs in schooljaar 2022/2023 op peil gehouden.

Is de genoemde € 700 per leerling voor een schooljaar of over de hele looptijd van het NP Onderwijs? En wordt dat in één keer uitbetaald of gespreid?

Het bedrag van € 700 is een minimum bedrag per leerling voor het schooljaar 2021/2022. Uiterlijk in juni komt er duidelijkheid over het definitieve bedrag per leerling. Over de uitbetaling zijn we nog in gesprek met DUO. Voor het schooljaar 2022-2023 is minimaal € 500 per leerling beschikbaar.

Zijn er nog aanvullende subsidies?

Naast de bekostiging voor de uitvoering van de schoolprogramma’s zijn er in het kader van het NP Onderwijs vier relevante subsidieregelingen. De subsidieregeling Inhaal- en ondersteuningsprogramma’s en de subsidieregeling Extra hulp voor de klas worden in 2021 herhaald. Daarnaast komt er een subsidie voor het inrichten van brede brugklassen in de tweede helft van 2021 en voor het uitvoeren van een capaciteitentoets bij leerlingen in de onderbouw van het vo.

Hoe verhouden de regeling Inhaal- en ondersteuningsprogramma’s onderwijs en andere subsidieregelingen zich tot de middelen die scholen ontvangen voor de uitvoering van het NP Onderwijs?

In het kader van het NP Onderwijs stellen scholen op basis van een schoolscan een schoolprogramma op met interventies die zij kiezen uit de menukaart effectieve interventies. Scholen ontvangen hiervoor via bijzondere /aanvullende bekostiging extra middelen. Daarvoor hoeven zij geen aanvraag in te dienen. De intussen gepubliceerde subsidieregeling Inhaal- en ondersteuningsprogramma’s en de subsidieregeling Extra hulp voor de klas, de na de zomervakantie te publiceren subsidieregeling voor brede brugklassen en de nog te publiceren subsidieregeling voor de capaciteitentoets, zijn aparte subsidieregelingen. Deze kennen specifieke doelen en een aparte aanvraag- en verantwoordingsprocedure, waarvoor scholen die van de regelingen gebruik willen maken een aanvraag moeten indienen (voor de regeling Extra hulp voor de klas in regionaal verband via een penvoerder). Deze regelingen zijn weliswaar inhoudelijk onderdeel van het NP Onderwijs, maar alleen scholen die een aanvraag doen, komen in aanmerking voor deze middelen (in tegenstelling tot de extra bekostiging in het kader van het NP Onderwijs, wat verdeeld wordt onder alle scholen).

Hoe zit het nu precies met de subsidie voor brede brugklassen?

We streven ernaar dat alle middelbare scholen hun onderbouw dusdanig (gaan) inrichten dat het ‘definitieve’ selectiemoment op z’n vroegst pas na het tweede leerjaar is. Daartoe is het wenselijk dat leerlingen in ten minste de eerste twee leerjaren op de middelbare school onderwijs kunnen volgen in een heterogeen samengestelde (brug-)klas met daarin ten minste twee naastgelegen schoolniveaus (bijvoorbeeld vmbo-t/havo). Van scholen waarvoor dit niet mogelijk is, zal worden gevraagd op een andere manier vroegselectie te voorkomen. Ten behoeve hiervan kunnen scholen in de schooljaren 2021/2022 en 2022/2023 met een subsidieregeling financieel ondersteund worden om de daarvoor benodigde transitie te doorlopen, dan wel hun bestaande beleid ter zake te versterken en te consolideren. De beoogde publicatie van de subsidieregeling, die momenteel wordt uitgewerkt, is september 2021.

Kan ik personeel aanhouden met inzet van de middelen uit het NP Onderwijs?

Ja. De middelen uit het NP Onderwijs mogen aan docenten worden besteed, mits ingezet voor de interventies uit de menukaart. Het NP Onderwijs loopt tot en met de zomer van 2023. Bij het uitvoeren van de interventies op de menukaart kan onder andere gedacht worden aan het inzetten van eigen personeel voor meer uren of het behouden van personeel dat (bijvoorbeeld wegens leerlingendaling) anders ontslagen had moeten worden. Ook kan met deze middelen tijdelijk personeel worden aangenomen om de interventies van de menukaart uit te voeren.

De regie ligt bij de scholen. Zij gaan over de besteding van de middelen, uitsluitend met instemming vanuit de medezeggenschap. Daarbij kan het voorkomen dat scholen ervoor kiezen om in aanvulling op hun samenwerking binnen het scholennetwerk tijdelijk en doelgericht externe expertise en ondersteuning in te huren, om ze te helpen bij de complexe uitdaging waar ze voor staan. Uit eerdere trajecten, bijvoorbeeld rondom werkdruk of rondom de subsidieregelingen Inhaal- en ondersteuningsprogramma’s en Extra hulp voor de klas, is gebleken dat er buiten de bevoegde leerkrachten veel arbeidsmarktpotentieel beschikbaar is, bijvoorbeeld onderwijsassistenten, vakdocenten, leerkrachtondersteuners, pedagogisch medewerkers uit de kinderopvang, commerciële aanbieders, etc. Dit is dan een bewuste keuze van scholen, gedragen door de medezeggenschapsraad.

Kan ik het geld ook inzetten na de periode van het NP Onderwijs?

De problematiek die als gevolg van corona is ontstaan is urgent. Er zijn op korte termijn maatregelen nodig om de opgelopen vertragingen in te lopen. De extra middelen moeten dan ook in de schooljaren 2021/2022 en 2022/2023 worden besteed, dus tot en met de zomer van 2023. Het is mogelijk om voor toekomstige werkloosheidskosten een reserve op te nemen.

Worden scholen afgerekend op resultaten, worden er doelen gesteld? Waarover moeten scholen verantwoording afleggen?

Het hoofddoel van het NP Onderwijs is om de door corona opgelopen vertragingen bij leerlingen in te lopen. Monitoring op stelselniveau geeft zicht op de resultaten van het NP Onderwijs. Met name deze monitoring biedt de mogelijkheid om inhoudelijk bij te kunnen sturen. Schoolbesturen leggen bovendien in hun jaarrekening op het niveau van de school verantwoording af over:

  • de besteding van de extra middelen in het kader van het NP Onderwijs.
  • het proces van de totstandkoming van de plannen en de schoolscan en of er instemming heeft plaatsgevonden van de medezeggenschapsraad.

Aan schoolbesturen wordt gevraagd om deze verantwoording ook in XBRL in te voeren, zodat het voor het ministerie goed inzichtelijk is hoe de middelen besteed zijn en of scholen daadwerkelijk instemming vragen van de medezeggenschapsraad voor de schoolprogramma’s.

In het bestuursverslag wordt schoolbesturen gevraagd zich te verantwoorden over de eerste resultaten van het programma. Scholen worden niet afgerekend op deze resultaten.

Leidt het NP Onderwijs niet tot een forse toename van de administratieve lasten bij scholen, in tijden dat scholen al onder grote druk staan?

Het doen van de schoolscan, de totstandkoming van het schoolprogramma en het bepalen van effectieve interventies per school vergt extra inzet. We staan voor een urgente opgave en zijn het aan de leerlingen die door corona zwaar zijn getroffen verplicht om deze extra inspanning te doen. Het NP Onderwijs betreft een forse investering en het is daarom des te meer van belang dat de middelen doelmatig en effectief worden besteed. Hiermee is gezocht naar een balans tussen enerzijds het goed kunnen volgen van de middelen en anderzijds het beperken van de administratieve lasten voor scholen. Het uitgangspunt bij het NP Onderwijs is dat we zoveel mogelijk aansluiten bij bestaande structuren. Scholen houden de voortgang van hun leerlingen al bij en schoolbesturen verantwoorden zich al via XBRL over de inzet van publieke middelen. Om de administratieve lasten bovendien te beperken, heeft OCW bij de verdeling van het grootste deel van de middelen bijvoorbeeld bewust gekozen voor bijzondere of aanvullende bekostiging en niet voor een subsidie.

Hoe bepalen we wat scholen met “veel leerlingen met een risico op een onderwijsachterstand” zijn?

Dit zijn scholen in het primair en voortgezet onderwijs die veel leerlingen met een risico op een onderwijsachterstand hebben. Voor basisscholen en middelbare scholen wordt dit bepaald op grond van de CBS-indicator, waarbij scholen met een positieve achterstandsscore wordt aangemerkt als een school met “veel leerlingen met een risico op een onderwijsachterstand”. In het primair onderwijs is deze CBS-indicator al staande praktijk. Op dit moment werkt het CBS aan een vergelijkbare indicator voor het voortgezet onderwijs, welke wordt ingezet voor dit NP Onderwijs. Voor het speciaal basisonderwijs en (voorgezet) speciaal onderwijs wordt dit bepaald op basis van het aantal CUMI-leerlingen, waarbij scholen met minimaal vier CUMI-leerlingen aangemerkt worden als een school met “veel leerlingen met een risico op een onderwijsachterstand”.

Moeten scholen en gemeenten de middelen uit het NP Onderwijs aanvragen?

Scholen ontvangen de extra middelen uit het NP Onderwijs voor uitvoering van de schoolprogramma’s via bijzondere/aanvullende bekostiging. Gemeenten ontvangen de extra middelen via een specifieke uitkering. Voor beide partijen geldt dus dat er geen aanvraag nodig is. Voor de subsidieregeling Inhaal- en ondersteuningsprogramma’s, de subsidieregeling Extra hulp voor de klas, de subsidieregeling voor brede brugklassen en de subsidieregeling capaciteitentoets moet wel een aanvraag worden ingediend.

Wat gebeurt er als besturen door alle extra middelen een hoog vermogen hebben aan het einde van schooljaar 2022/2023?

Het is de bedoeling dat de middelen die de scholen ontvangen in het kader van het NP Onderwijs, tot en met het einde van schooljaar 2022/2023 worden uitgegeven. Onafhankelijk van het gekozen betaalritme wordt secuur gekeken om het effect daarvan op de vermogens te mitigeren. Het zal ruim van te voren duidelijk zijn voor schoolbesturen hoeveel extra middelen ze in een schooljaar zullen ontvangen. Hierdoor hebben scholen de instrumenten in handen om de middelen ook tijdig uit te geven en hoeven de extra middelen niet tot een toename van de reserves te leiden na afloop van het NP Onderwijs. De omvang van de reservepositie van schoolbesturen blijft een aandachtspunt en houdt het ministerie daarom ook jaarlijks goed in de gaten.

Kan een school – bijvoorbeeld via een bestemmingsreserve – de middelen voor een periode langer dan 2,5 jaar inzetten?

Nee. Gedurende de looptijd van het NP Onderwijs kunnen de middelen vanuit het NP Onderwijs als specifieke post op de balans worden verantwoord. Maar daarna moeten deze middelen zijn uitgegeven. Alleen in het geval van kosten ten aanzien van personeel (eventuele werkloosheidskosten die mogelijk gepaard gaan met ontslagen) kan er een bestemmingsreserve worden opgenomen.

Mogen de middelen ingezet worden voor de uitvoering van het plan dat is gemaakt voor de regeling Schoolkracht?

Nee. De middelen uit het NP Onderwijs zijn bestemd voor interventies om de vertragingen in te lopen die als gevolg van corona zijn ontstaan. De regeling Schoolkracht is een aparte subsidieregeling met aparte doelen en verantwoording. Mogelijk kunnen scholen onderdelen van het plan gemaakt voor de regeling Schoolkracht gebruiken ten behoeve van het schoolprogramma voor het NP Onderwijs. Het NP Onderwijs vraagt wel om een eigen schoolprogramma.

Hoe kunnen scholen en kinderopvang samenwerken in het NP Onderwijs?

Een goede samenwerking tussen kinderopvang en onderwijs is waardevol, ook binnen het NP Onderwijs. Een goede samenwerking helpt bij het realiseren van een doorgaande leer- en ontwikkellijn voor kinderen en draagt er daarmee aan bij dat kinderen op een passende manier worden gestimuleerd in hun ontwikkeling en het inlopen van hun leervertraging. Daarbij heeft de kinderopvang veel (pedagogische) expertise en kennis beschikbaar op bijvoorbeeld het gebied van de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen, ouderbetrokkenheid, en het organiseren van buitenschoolse activiteiten. Hier kunnen scholen goed gebruik van maken. Dit kan bijvoorbeeld door de buitenschoolse opvang te betrekken bij het opzetten van zomerscholen of naschoolse activiteiten. Of door extra te investeren in een goede samenwerking en doorlopende leerlijnen tussen de kinderdagopvang en de basisschool, bijvoorbeeld met betrekking tot de overdracht vanuit de kinderopvang zodra het kind naar school gaat of overdracht en samenwerking tussen de school en de buitenschoolse opvang. Ook kunnen pedagogisch medewerkers ondersteunende taken op school uitvoeren, zodat leraren zich beter kunnen focussen op het inlopen van de leervertraging van kinderen. Daarnaast bieden PACT voor Kindcentra en de Vereniging Netwerk Kindcentra op hun websites voorbeelden aan omtrent de samenwerking binnen een IKC.

Kunnen de middelen uit het NP Onderwijs in een IKC ook ingezet worden voor kinderopvang?

Nee. Een van de aspecten die voortvloeit uit de geldende wet- en regelgeving voor scholen is dat onderwijsmiddelen enkel en alleen mogen worden besteed aan onderwijs en dus niet aan kinderopvang. Dit betekent dat het bevoegd gezag de middelen alleen mag inzetten voor de kosten voor materiele instandhouding van de school en personeelskosten van de school. Als de kinderopvang gebruik maakt van materiaal wat met de bekostiging voortvloeiend uit de WPO is aangeschaft voor het onderwijs, moet het bevoegd gezag hiervoor kosten in rekening brengen bij de kinderopvang in eigen beheer. Ditzelfde geldt voor de eventuele inzet van onderwijs(ondersteunend) personeel dat wordt bekostigd vanuit de WPO. Er mag geen sprake zijn van publiek onderwijsgeld dat besteed wordt aan kinderopvang. De integrale kostprijs van het aanbieden van kinderopvang dient dan ook in rekening te worden gebracht bij de ouders die hier gebruik van maken.

Als er sprake is van meerdere scholen binnen een bestuur, kunnen deze scholen dan afspraken maken over de onderlinge verdeling van de beschikbare middelen binnen het bestuur?

Ja, dat kan. De school is aan zet bij het maken van een schoolprogramma waardoor de opgelopen vertragingen worden ingelopen. Daarvoor komt voor de schooljaren 2021/2022 en 2022/2023 geld beschikbaar (minimaal € 700 per leerling voor schooljaar 2021/2022 en minimaal € 500 per leerling voor schooljaar 2022/2023).

Het kan voorkomen dat uit het schoolprogramma blijkt dat er in totaal minder geld nodig is dan de genoemde € 700 (en € 500) per leerling, bijvoorbeeld omdat de vertragingen op die specifieke school relatief klein zijn. In dat geval kan er – in onderling overleg – voor worden gekozen om de extra middelen voor een andere school in te zetten, waar de extra middelen wel nodig zijn. Per school stemt de medezeggenschapsraad in met de inzet van de middelen. Het is dus nodig dat een reallocatie van middelen met wederzijds goedvinden plaatsvindt en dat de medezeggenschap (medezeggenschapsraden en eventueel de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad), het bestuur en de school(leiding) hier samen afspraken over maken. Het bestuur blijft verantwoordelijk voor een rechtmatige en doelmatige besteding van de middelen uit het NP Onderwijs. Zie ook de Q&A over bovenschoolse of bovenbestuurlijke samenwerking.

Wat kan een school doen met de middelen als een school geld over heeft? Bijvoorbeeld als er geen vertraging is of als de vertragingen sneller dan in 2,5 jaar zijn ingelopen?

De overheid vertrouwt erop dat scholen de extra middelen effectief willen besteden en hun leerlingen zo goed mogelijk hun vertragingen willen laten inlopen. Als er – na het oplossen van de vertraging – middelen bij een school resteren, kan ervoor gekozen worden om deze middelen over te dragen aan andere scholen waar de middelen wél nodig zijn. Zie hiervoor ook voorgaande Q&A. Het is te allen tijde van belang dat per school de medezeggenschap hiermee instemt. Ze kunnen de middelen ook terugstorten.

Op welk bedrag kan een school per jaar rekenen?

Het gaat om minimaal € 700 per leerling voor het schooljaar 2021/2022. Hierbij is nog geen rekening gehouden met de hogere bijdrage voor scholen met een hoger risico op achterstanden. Scholen en instellingen krijgen uiterlijk in juni duidelijkheid over de definitieve hoogte van het bedrag dat zij per leerling ontvangen. Voor het schooljaar 2022-2023 is minimaal € 500 per leerling beschikbaar.

Kunnen kosten die al in het tweede deel van het schooljaar 2020/2021 zijn besteed aan het inhalen van vertragingen én die onderdeel blijken te zijn van de menukaart, ook als kosten binnen NP Onderwijs worden verantwoord?

De middelen zijn bedoeld voor het schoolprogramma dat wordt opgesteld op basis van de schoolscan en keuzemenu, wat vanaf de start van het schooljaar 2021/2022 wordt uitgevoerd. Kosten die in het schooljaar 2020/2021 worden gemaakt vallen hier niet onder.

Wat zijn de gevolgen in het kader van transitievergoedingen als scholen afscheid nemen van werknemers die op basis van NP Onderwijs middelen zijn aangesteld op een tijdelijk contract? Kunnen de kosten die hiermee zijn gemoeid worden verantwoord als besteding van de middelen uit het NP Onderwijs?

Voor de wettelijk verplichte transitievergoeding, die wordt uitgekeerd bij ontslag, geldt dat als het gaat om personeel dat is aangesteld op basis van middelen uit het NP Onderwijs en waarvan men verwacht dat deze ontslagen worden binnen of direct na het NP Onderwijs, dat hiervoor een voorziening kan worden opgenomen dan wel uitgaven direct kunnen worden verantwoord. Het opnemen van de voorziening kan dan worden verantwoord onder besteding van de middelen.

Hoe is de financiële regeling voor scholen die verbonden zijn met gesloten residentiële instellingen (dus de jeugdzorgPlus en de PI-scholen)?

Er is geen aparte financiële regeling voor scholen die verbonden zijn met gesloten residentiële instellingen. Alle PO- en VO-scholen, ook residentiële instellingen, ontvangen voor de schooljaren 2021-2022 en 2022-2023 geld voor de uitvoering van het NP Onderwijs. De hoogte van het bedrag hangt af van het aantal leerlingen op de school. Het gaat om minimaal € 700 per leerling voor het schooljaar 2021/2022. Hierbij is nog geen rekening gehouden met de hogere bijdrage voor scholen met een hoger risico op achterstanden. Scholen en instellingen krijgen uiterlijk in juni duidelijkheid over de definitieve hoogte van het bedrag dat zij per leerling ontvangen. Voor het schooljaar 2022-2023 is minimaal € 500 per leerling beschikbaar.

Komen er extra middelen beschikbaar voor het onderwijs aan nieuwkomers? Hoeveel en hoe gaat dit in zijn werk?

Ja. Voor PO en VO samen gaat het gedurende de hele looptijd van het NP Onderwijs om een bedrag van ruim € 240 miljoen. In het PO worden per 1 mei 2021 de voorwaarden voor bijzondere bekostiging voor asielzoekers en overige vreemdelingen uitgebreid. De bijzondere bekostiging wordt uitgebreid naar maximaal vier jaar en de bedragen per leerling voor asielzoekers en overige vreemdelingen worden gelijkgetrokken. Op deze manier kunnen scholen extra ondersteuning bieden aan asielzoekers en overige vreemdelingen die door corona vertraging hebben opgelopen. In het VO wordt op dit moment gewerkt aan een uitbreiding van de nieuwkomersbekostiging. Hiermee krijgen de scholen extra middelen om extra en eventueel langer onderwijs aan deze leerlingen te verzorgen. Dat kan de school alleen doen, maar ook in samenwerking met andere (ISK-)scholen.

Mogen de gelden uit het NP Onderwijs worden ingezet voor kleinschalige bouwkundige aanpassingen (bijvoorbeeld weghalen muren, waardoor effectievere inzet van personeel mogelijk wordt gemaakt)?

Nee. De middelen uit het NP Onderwijs zijn bestemd voor interventies om de vertragingen in te lopen die als gevolg van corona zijn ontstaan. Schoolbesturen mogen, vanuit hun verantwoordelijkheid voor onderhoud en exploitatie, kleinschalige bouwkundige aanpassingen financieren vanuit de middelen die zij ontvangen uit de lumpsum. Ook mogen zij hiervoor hun reserves aanspreken. Indien de aanpassingen meer het karakter hebben van een renovatie, zal het schoolbestuur hierover het gesprek moeten voeren met de gemeente.

Het effect van de middeleninzet van de eerste vijf maanden van schooljaar 2021/2022 moet worden verantwoord in het jaarverslag 2021 dat in maart/ april 2022 wordt opgesteld. Is er dan al een effect te meten?

Schoolbesturen verantwoorden zich in het jaarverslag over de inzet van middelen in het kader van het NP onderwijs. Zo maken ze duidelijk aan welke interventies de middelen zijn besteed. Daarbij leggen ze ook verantwoording af over de eerste resultaten/ervaringen die in dat jaar zijn gedaan zoals gebruikelijk in een bestuursverslag. Met name in het jaarverslag 2021 is het mogelijk dat het hier voornamelijk om eerste inzichten en resultaten gaan die mogelijk nog niet een alleszeggend oordeel over het effect geven. In een volgend jaarverslag, over boekjaar 2022, zou dat beter kunnen.

Houdt de inspectie in het regulier toezicht ook toezicht op de uitvoering van het NP Onderwijs door scholen en besturen? En hoe zit dit met het toezicht op doelmatigheid en rechtmatigheid?

De Inspectie van het Onderwijs houdt net als voorheen toezicht op de onderwijskwaliteit van scholen en de besturing daarop door het bestuur. De inspectie kijkt in haar toezicht of de besturen ervoor zorgdragen dat de basiskwaliteit van de scholen voldoet en ambities van scholen worden gerealiseerd. Waar nodig onderzoekt de inspectie de scholen intensiever afhankelijk van de kwaliteit van de besturing. Hiermee vallen de activiteiten in het kader van het NP Onderwijs automatisch onder het toezicht. Het gaat immers om het inhalen van achterstanden en daarmee bevorderen van onderwijskwaliteit. De inspectie zal daardoor in het toezicht zien welke activiteiten besturen en scholen ondernemen en inzicht krijgen in de gerealiseerde onderwijskwaliteit en de verdere ontwikkeling ervan. Ook het financieel beheer, waaronder financiële continuïteit, rechtmatigheid en doelmatigheid, zijn hiervan integraal onderdeel.